“De moed en de durf van een dorpspastoor…”

“De moed en de durf van een dorpspastoor…”

“Loop niet weg van waar je hart ligt” , een gesprek met scheidend diaken Cor Peters

Toen we zomer 2011 samen op weg gingen om een week te pelgrimeren in de Oecumenische Broedergemeenschap van Taizé, kende ik diaken Cor Peters uit gezamenlijke activiteiten in de Verrijzenisparochie en de geloofsgemeenschap van Silvolde. In deze week met zijn lange ritten van en naar Taizé, hebben we veel verhalen gedeeld en is gaande de jaren een warme band gegroeid die reikt voorbij ons ‘werk voor de kerk’. Nu Cor de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en we op zondag 1 december afscheid van hem nemen als lid van het pastorale team van onze Maria Laetitiaparochie is er alle reden met hem terug te kijken op zijn jaren in het pastoraat. Voor ons is het heel bijzonder hier samen over te spreken.

“De moed en de durf van een dorpspastoor…”
Cor begint ermee te vertellen dat hij is opgegroeid in een religieuze omgeving waarin vooral oma en moeder hem de band met Maria hebben doorgegeven. Al op de lagere school ‘wist’ Cor dat hij pastoor wilde worden. “Dan ging je bij het knapenkoor of werd je misdienaar. Ik werd misdienaar en vond het prachtig maar de hoofdonderwijzer van de lagere school in Groessen twijfelde eraan of ik het gymnasium aan zou kunnen.

Nu stond er bij ons thuis een spaarbusje in de vorm van een Chinees tempeltje. Van tijd tot tijd kwam een pater van de missionarissen van Scheut, die toen vooral in China actief waren, voorbij om het geld op te halen. Met hem sprak mijn moeder over mijn diepste wens en de twijfels van de school. Op advies van de pater ging ik naar ’t Kruisselt, het seminarie in de Lutte. Daar heb ik niet alleen  mijn mulodiploma gehaald; die tijd werd ook een belangrijke vormingsperiode in mijn leven.
Na die vier jaar kwam ik terug in huis, in Groessen waar het moeilijk was opnieuw te aarden. Ik was de aansluiting kwijt. Het was 1969, de tijd van het Vaticaans Concilie met de grote verandering in de kerk. Van mijn jaargang begon niemand aan de priesteropleiding en ik was als 16-jarige op zoek naar een doel in mijn leven. Opnieuw sloeg mijn moeder de brug want zij wist voor mij de deur te openen bij de Rabobank in Zevenaar. Zo kwam ik in de bank- en verzekeringswereld terecht waar ik me echt op mijn plek voelde. Mijn hart lag in het  verzekeringswerk omdat het me de kans gaf veel contact te hebben met mensen en op basis van vertrouwen tot zaken te komen.
Ergens in die periode raakte mij een artikel waarin werd gesproken over de ‘moed en de durf van een dorpspastoor’. De schrijver wilde ons verzekeringsmensen laten zien dat we slechts zaken konden doen als we het vertrouwen wonnen van mensen, bij hen thuis konden komen om ze als de dorpspastoor te leren kennen. De inhoud was voor mij als een spiegel. Die liet me voelen waar mijn hart lag, dat ik met mensen in contact wilde komen om met hen het leven te delen en elkaar wat te gunnen.

In 1986 kwam, laat ik zeggen, het moment van mijn tweede roeping. Het was pastoor Joop Huisman in Groessen die goed aanvoelde dat er in mij iets zat te duwen en hij zei tegen mij: “En nu? Wat ga je nu doen? Je wilt je liefde voor God en de mensen verbinden. Loop niet verder weg van waar je hart ligt!’
Na onze keuze voor huwelijk en gezin stond ik met Agnes voor de belangrijkste beslissing in ons leven. We vonden de durf en moed die het mij mogelijk maakten voor het pastoraat te kiezen en zo ben ik in Dijnselburg aan de diakenopleiding begonnen. Op 21 oktober 1990 ben ik in Groessen tot diaken gewijd om met de kracht van God gezonden te worden en op weg te gaan om Jezus present te stellen in het leven van alledag.”. Vooral de lach op zijn gezicht laat zien hoe het in hem voelt als hij zegt dat het een goede keus was.

Geloven is een kwestie van doen
In de eerste jaren als diaken combineerde Cor pastorale taken met zijn verzekeringswerk en de studie theologie in Amsterdam. In 1997 volgde de benoeming als fulltime diaken in de parochies van Bemmel en Haalderen.
Gedreven als hij is, pakte Cor het werk energiek aan: “Jezus is niet gekomen om gediend te worden maar om dienaar te zijn en ik wilde Hem daarin volgen. Dat deed ik vanuit mijn ervaring als verzekeringsman. Ik schreef brieven maar die hielpen niet. Pastoraal dienstverlener Piet van den Hoven zei tegen mij: “Jij wilt zo nodig. Nou ga dan, ga bij mensen op de stoep staan”. Durf en moed…ik moest heel wat schroom overwinnen maar  deed het. Het was een harde leerschool want alles wat je kon ervaren, maakte ik mee. Al doende leerde ik dat geloven niet meer vanzelfsprekend is, niet zomaar bij het gezin hoort en er een flinke afstand is tussen de wijk en de kerk. De dorpspastoor raakte uit beeld en de afstand is in de loop der jaren alleen maar groter geworden. Gaan we nu weer op de stoepen staan, willen de mensen nog steeds verhalen delen en praten over zingeving ook al wordt die vaak niet meer met God en geloven verbonden. Mensen zeggen dan dat ze voor geloven de kerk niet nodig hebben. Ik ben ervan overtuigd dat geloven niet kan zonder ontmoeten. We hebben elkaar in het geloof nodig, we moeten elkaar blijven opzoeken rond het woord van God en in de Eucharistie om aan het eind van de viering als gezegende mensen met kracht van de Geest weer de wereld in te kunnen gaan.

Kerken gaan dicht, geloven gaat door
Nadat ik in het eerste deel van ons gesprek vooral heb geluisterd naar Cors levensverhaal, komen we meer in gesprek. We wisselen van gedachten over de ontwikkelingen in kerk en samenleving en uiteraard komen we uit bij het grootste pijnpunt van onze tijd: de sluiting van kerken. Uit ervaring weet ik dat de bestuurder in Cor altijd vanuit een visie planmatig  wil werken en omdat ik Cor in zijn daadkracht ken, heeft het me nooit verbaasd dat hij in de uitvoering van dit deel van het parochiebeleid leidend was. “Jij bent zo’n mens van de kerk en zo pastoraal betrokken dat het volgens mij niet anders kan dan dat jij hierbij ook slecht geslapen hebt”, zo nodig ik Cor uit. Hij bevestigt mijn vooronderstelling: “Telkens doet het me pijn als ik de brenger moet zijn van het slechte nieuws maar hoe mank de vergelijking ook gaat, de sluiting van kerken heeft alle kenmerken van de buurtsuper die moet sluiten wegens gebrek aan klandizie. De mensen hadden hierbij het gevoel dat iets dierbaars van hen werd afgepakt en dat ze niets meer mochten. Die negativiteit heb ik al wat langer achter me gelaten en ik probeer verbinding te zoeken in waar het wel loopt. We kunnen niet stil blijven staan bij hoe het vroeger was want die tijd is voorgoed voorbij. We missen de aansluiting bij velen uit onze generatie en die van onze kinderen en kleinkinderen. Mensen die vast willen houden aan het ons vertrouwde kerkbeeld, vergeten dat jongere generaties in geloof geïnteresseerd, er niet bij kunnen aansluiten omdat ze het niet kennen. Zij treffen de kerk aan zoals die nu is.

Als ik de titel van de artikelenreeks als bemoedigend noem, houdt Cor me voor dat een drietal dingen belangrijk is. We moeten op lokaal niveau zoeken naar verbinding met de samenleving en ons open stellen voor mensen die door het geloof aangesproken worden.  Daarbij spoort hij de lokale gemeenschappen aan de binding te houden met de parochie en de sacramenten en in diakonaal handelen vorm te geven aan onze zorg voor de zwakkeren in de samenleving.
De toekomst zal leren hoe bemoedigend de titel is, of we de drieslag willen maken en vooral ook de kerk een menselijke gezicht weten te geven. Cor roemt de initiatieven van de Raad van Kerken in de gemeente Oude IJsselstreek die niet wil accepteren dat armoede vanzelfsprekend is, dat mensen daarbij geholpen moeten worden en dat kerken bruggen kunnen slaan: “Als christenen moeten we ons daar druk om maken en onze protestantse broeders en zusters nemen daarin hun verantwoordelijkheid door in elke viering een diakonaal doel te stellen, geld in te zamelen voor de kwetsbaren in onze samenleving. Het spijt me dat me dat me dat in onze kerk tot nu toe niet gelukt is.”
Geloven gaat door want mensen zullen altijd bezig blijven met de vraag naar God en de zin van het leven. Onze wereldkerk heeft verleden, heden en toekomst en lokaal gezien is verbinding het kernwoord: de band met God en met elkaar. Ite missa est: ga en wees elkaar is Gods Geest tot zegen.

God is vol liefde…
In onze vieringen in de traditie van Taizé kiest Cor heel vaak voor het lied: God is vol liefde. Ik plaag hem wel eens met zijn tophit. Na ons gesprek begrijp ik beter dan voorheen waarom Cor zich door dit lied gedragen voelt. Het verwoordt de boodschap waar hij ten diepste in gelooft en die – om hem in je leven waar te maken – vraagt om veel durf en moed: “God is vol liefde. Durf voor die liefde alles te geven. Durf het te wagen, geef je zonder angst”.

Hartelijke dank, Cor, het ga je goed.
Joop Kraan

(Dit artikel verscheen in Vreugdebode 2019-07)