Tweede zondag van pasen (beloken pasen) ofwel: Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

Tweede zondag van pasen (beloken pasen) ofwel: Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid

EERSTE LEZING    Hand.,2,42-47

Uit de Handelingen der Apostelen

De eerste christenen legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschap­pelijk. Ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

TUSSENZANG        Ps. 118 (117), 2-4, 13-15, 22-24

REFREIN: Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, eindeloos is zijn erbarmen ! of: Alleluia.

Herhaalt het, stammen van Israël: eindeloos is zijn erbarmen !

Herhaalt het, zonen van Aaron: eindeloos is zijn erbarmen !

Herhaalt het, dienaren van de Heer: eindeloos is zijn erbarmen !

Zij stootten mij weg en sloegen mij neer, maar Hij heeft mij onder­steund.

Mijn kracht en mijn sterkte is de Heer, Hij is het die mij verlost.

Nu klinkt er gejuich van feest en geluk in alle tenten der vromen.

De steen die de bouwers hebben versmaad, die is tot hoeksteen gewor­den.

Het is de Heer, die dit heeft gedaan, een wonder voor onze ogen.

Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, wij zullen hem vieren in blijdschap.

TWEEDE LEZING   1 Petr., 1,3-9

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Een onvergankelijke, onbederfelijke, onaantastbare erfenis is voor u weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht gij op het heil, dat al gereed ligt om op het eind van de tijd geopenbaard te worden. Dan zult gij juichen, ook al hebt gij nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen.Maar die zijn nodig om de deugdelijk­heid van uw geloof te bewijzen, uw geloof, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door vuur gelouterd wordt. Dan zal, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn. Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.

ALLELUIA     Joh., 20, 29

Alleluia. Omdat gij Mij gezien hebt, Tomas, gelooft ge, zegt de Heer, zalig die niet zien en toch geloofd hebben. Alleluia.

EVANGELIE Joh., 20, 19-31

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God !” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan die niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

BEZINNING

Het lijkt alsof Thomas, na Goede Vrijdag, zich wat afgezonderd heeft van de andere leerlingen.  Dat maakte het wel moeilijker voor hem, maar hij was in diepe rouw, en dan kan de neiging sterk zijn om je af te zonderen.  Maar helemaal afgesloten was hij ook niet.  Toen de andere leerlingen verklaarden Jezus gezien te hebben, nam Thomas dat niet zo maar aan:  hij moest zeker zijn.

Een heel menselijk verlangen, dat verlangen naar zekerheid.  De meesten van ons zullen dat wel herkennen?  Maar hoe vaak is zekerheid ver te zoeken?  En als wij het zouden kunnen vinden, dan was geloof niet nodig.

Thomas voegde zich weer bij de apostelen.  Dan pas kreeg hij zelf ervaring van de Verrezen Jezus.  Daar ontdekte hij zijn geloof, en tegelijk de zekerheid die hij zocht.  Maar op een andere manier dan hij verwacht had, een andere manier dan hij vereist had.

Gelovig zijn in onze tijden kan soms een eenzame weg zijn.  Hoe belangrijk is de steun van een gemeenschap!  Dat merken wij extra in deze tijd waarin onze normale omgang met elkaar heel anders moet.  Als gemeenschap van gelovigen delen wij een geloof en zo steunen wij het geloof van elkaar.  Wij hebben allemaal een eigen ervaring, en dus een eigen getuigenis.  Lucas vertelt ons over de eerste Christenen die elkaar steunde door het gebed, door het samenkomen om God lof te geven en door voor elkaar te zorgen op materieel gebied, dienstbaarheid in liefde.  Dat klinkt ideaal, maar hij zet ons een mooi doel voor om naar te streven.  Een omgeving waarin het soms kwetsbare zaad van het geloof kan ontkiemen en worden verzorgd en gekoesterd tot groei.

Geloof kan ons helpen met de grootste vragen van het leven, maar dat wij geloven wil niet zeggen dat wij alle antwoorden hebben.  Maar wij hebben niet alle antwoorden nodig.  Geloof heeft meer te maken met vertrouwen dan met zekerheid.  Of anders gezegd, de zekerheid die geloof ons biedt heeft niet zo zeer met kennis te maken maar met vertrouwen.

St Paulus noemt ons vaten van aardewerk die een kostbare schat dragen.  De twijfels van Thomas brengen de fragiliteit van die vaten aan het licht.  En zij maken het duidelijk dat, in zijn essentie, het Christen geloof het vertrouwen is in Hem die ons liefheeft.  Met liefde tot het uiterste toe:  dat wordt bevestigd door de wonden die Hij draagt.