De herbergier die niet kon slapen

De herbergier die niet kon slapen

Op 9 november zag ik de eerste kerstversiering al hangen in het huis van mijn buren. Ze waren er vroeg bij. Eerlijk gezegd was ik nóg vroeger, maar niet met versieren. De viering voor kerstmis van de KBO en het verhaal voor het kindje wiegen op 1e Kerstdag in Doetinchem had ik al eerder klaar. Dat verhaal heeft overigens dezelfde titel als boven deze column staat en het houdt mij al een tijdje bezig.

Natuurlijk kennen we het verhaal van de herbergier die geen plaats had in zijn herberg. Hij wees de heilige familie in wording van de deur. Het evangelie van Lucas vermeldt het maar in een bijzin, maar dit gegeven spreekt tot de verbeelding. Het stelt de vraag of wijzelf wel open staan als God aan onze deur klopt, met name als Hij daar staat in onaanzienlijke gestalte zoals God gewoonlijk doet. Als parochie willen we niet achter de eigen voordeur blijven wachten en proberen wij zelf God op het spoor te komen in mensen die het niet zo getroffen hebben en gebrek lijden. We hebben onze kerstpakketten actie en onze kerstherberg. Maar lukt ons dat ook voldoende door het hele jaar heen?

Over dat soort zaken lig ik wel eens wakker. Een kerkelijk opbouwwerker lanceerde enige jaren geleden het model van de Kerk als herberg en als pastoor voel ik mij sinds die tijd een beetje de herbergier. Dan vraag je je wel eens af: zijn wij als kerk gastvrij genoeg? Geven wij voldoende gehoor aan de mensen die bij ons aankloppen? Verstaan wij de vragen achter de vragen en luisteren wij wel goed, ook tussen de regels door? Dat blijft aan je knagen, ook al durf je in eerlijkheid te zeggen dat je doet wat je kunt, samen met de mensen en middelen die er zijn. Maar misschien zou het samen ook nog anders moeten kunnen?

Het is niet verkeerd als je soms wakker ligt van de vraag of je wel op de goede weg zit. Dat leert ons de Adventstijd die aan Kerstmis vooraf gaat. Het is een tijd van bezinning. Een oproep om niet slapend of slaapwandelend door het leven gaan maar wakker te worden en uit te zien naar Hij die komt. Johannes de Doper en de profeet Jesaja roepen ons in deze periode op tot ommekeer. In de schriftlezingen klinken teksten over kromme wegen die recht moeten worden gemaakt, bergen die je moet slechten en dalen die opgevuld moeten worden. Dat is een hele klus, dat vraagt om een houding van ‘bezint eer gij begint’ maar ook om de nuchtere houding dat niet alles in één keer kan, anders wordt het ‘onbegonnen werk’ en begin je er dus niet aan. Stapje voor stapje zal het wel lukken. Uiteindelijk is het de Heer zelf die de weg baant, maar Hij vraagt ons om stappen te zetten, Hem tegemoet.

Welke stappen wilt u gaan zetten in het nieuwe jaar? Misschien ligt u daar ook wel eens van wakker omdat er grote verandering op komst zijn. Schaapjes tellen helpt dan meestal niet, maar een gesprek met de Goede Herder vaak wel. Of met iemand die daar ineens heel erg op lijkt. Gelukkig kom je die mensen soms ook tegen.

Waar deze herbergier van de herberg-kerk overigens ook wel eens van wakker ligt zijn de onderhoudskosten van de kerken die we nog steeds hebben en de onkosten van goede pastorale zorg, nu en in de toekomst. Samen met het parochiebestuur hebben we op dat vlak al vele noodzakelijke stappen gezet. Als u nu belooft uw steentje bij te dragen in de komende actie kerkbalans kunnen wij met een gerust hart slapen én wakker uitzien naar toekomst.

Pastoor Hans Pauw