Te mooi om niet waar te zijn

Te mooi om niet waar te zijn

Er bestaat een verhaal over een jongen die thuiskwam van een catechesebijeenkomst. Daar was hem het bijbels verhaal van de doortocht door de Rode Zee verteld. Toen zijn moeder vroeg wat hij had geleerd vertelde hij haar:  “De Israëlieten wisten uit Egypte weg te komen, maar de farao zat ze met zijn leger achterna tot bij de Rode Zee en die konden ze niet oversteken. Dus pakte Mozes zijn mobieltje en nam contact op met het leger. De israëlitische luchtmacht bombardeerde de Egyptenaren en de genie legde een pontonbrug zodat de mensen konden oversteken.” Geschrokken vroeg de moeder: “Is dát de manier waarop ze het je verteld hebben?” “Nou nee,” gaf de jongen toe, “maar als ik het zou vertellen zoals ze het ons verteld hebben dan zou je er niets van geloven.”

Ieder jaar in de Paasnacht lezen we dit verhaal dat de kern vormt van het joodse Pesach: God redt zijn volk uit slavernij en dood en leidt hen door de woestijn naar het beloofde land. Het volgt doorgaans direct na het Scheppingsverhaal. Kom daar nog maar eens mee aan bij jongeren die alles weten over oerknal en evolutie. En dan eindigt de uitgebreide woorddienst van deze belangrijkste viering van het kerkelijk jaar met het verhaal over Jezus’ verrijzenis. Wie met nuchter verstand deze verhalen leest moet toch haast wel met die jongen uit de catechesatieklas tot de conclusie komen: volstrekt ongeloofwaardig?!

Pasen, de kern van ons geloof, is een ongelooflijk verhaal. Te mooi om niet waar te zijn. Want het komt tegemoet aan onze hoop en het verlangen dat het goede het kwaad overwint, dat er altijd een weg is om te gaan ook wanneer dat godsonmogelijk lijkt, dat wij een goede toekomst tegemoet gaan, ook al is het leven soms zwaar, en dat we – uiteindelijk –  door de dood heen in de liefde geborgen zullen zijn waaruit wij ooit geboren werden, dat God die ons het levenslicht gaf eeuwig licht  over ons doet opgaan. Die hoop, dat verlangen, leeft diep in ieder mens, ook de meest moderne, de meest geseculariseerde. Verhalen die daarvan vertellen vind je op straat, bij iedere protestmars, in ieder goed gesprek, en in de meest hedendaagse films en boeken terug.

Wij kunnen eenvoudigweg niet leven in een wereld waarin het kwaad tóch het laatste woord zou krijgen, waarin iedere weg doodloopt en waarin de dood het onverbiddelijke einde is van al onze idealen en toekomstdromen. Alles in ons komt daartegen in verzet. Dus staan we op tegen het kwaad, zoeken we steeds weer nieuwe wegen met elkaar en dragen de herinnering aan al onze gestorven dierbaren en hun idealen altijd met ons mee. Zo wordt ons paasgeloof al heel concreet in de wereld van vandaag.

Maar het paasmysterie wordt bewaard in die ongelooflijke verhalen die ons zijn doorgegeven en die ook wij mogen doorgeven, móeten doorgeven: het is van levensbelang. Iedere tijd of generatie heeft natuurlijk een vertaalslag nodig van deze ongelooflijk mooie verhalen. Maar het paasmysterie gaat dieper dan de rede van de mens. Het leeft diep in ons gevoel, diep in ons hart. Want de stem van God die ons tot leven roept zwijgt nooit. Hij-die-is, die er altijd-voor-ons-zal-zijn, roept ons tot geloof in Pasen. Het lijkt ongelooflijk maar de Heer is waarlijk verrezen, alleluja,

Zalig Pasen!

Pastoor Hans Pauw